Cool Moves Volley

Cool Moves Volley (CMV) is speciaal gericht op kinderen in de leeftijd van 6 jaar tot en met 12 jaar. Door middel van verschillende niveaus leer je stapsgewijs volleyballen!


Wij hebben met het Cool Moves Volley een unieke manier gevonden om volleybal aan te leren aan de jongste jeugd. Deze volleybalmethode bestaat uit makkelijk te overbruggen niveaus - die speciaal ontworpen zijn per leeftijd - om zo uiteindelijk op het gewenste niveau te komen.

 

Cool Moves Volley is een sport met veel 'coole moves': opslag, pass, set-up, smash, blok en duik. Je doet elke keer iets anders en met je team probeer je te scoren. Binnen Cool Moves Volley zijn er zes niveaus, waardoor iedereen op zijn eigen niveau kan leren smashen, duiken, serveren en blokken.

Niveau 1 - vangen                                                                                                                                                                      >>> Spelregels Niveau 1


Als je tussen de 6 en 12 jaar bent, en je wilt beginnen met volleybal, dan kan je in Cool Moves Volley starten op niveau 1. Om te leren hoe je moet bewegen en hoe het spel gespeeld wordt, begin je met vangen en gooien over het net. Je hoeft dus nog niet moeilijk de bal op je vingers of armen te laten kaatsen, zoals de grotere volleyballers doen.


Stap 1 en 2: Hier begin je met vangen en gooien zoals je wilt. Het belangrijkste is dat de bal niet op de grond mag komen. Het maakt niet uit hoe: hoog of laag, met duiken of springen. Dat mag allemaal. Als je zorgt dat de bal niet op de grond valt, en de bal over het net en tussen de lijnen van tegenstander teruggooit, dan doe je het goed.


Stap 3: Nu gaat het wat sneller. Vangen en gooien moet in één beweging. Je hebt dus niet meer de tijd om na het vangen even rustig te kijken waar de tegenstander staat en de bal in het gat te gooien.


Stap 4 en 5: Nu wordt het al bijna echt volleybal. De bal moet gegooid en gevangen worden boven je hoofd. Je vangt de bal met gestrekte armen. Je handen zijn een kommetje half onder de bal, met je polsen achterover gebogen. Je ellebogen zijn naar buiten gedraaid, tot bijna naast je schouders. Vlak voor je vangt zie je als het goed is de bal precies door een driehoekje van je duimen en je wijsvingers. Je laat de bal zakken tot je voorhoofd en duwt de bal terug. Het helpt heel erg als je met je knieën doorveert en uitveert als je de bal gooit. Je kunt dan veel verder gooien!


Stap 6: Als je de laatste vang- en gooibeweging steeds sneller doet, wordt het vanzelf écht bovenhands. Dan laat je de bal op je vingertoppen veren. Hoe dat precies moet, zie je bij de set-up (niveau 4). En als je dít eenmaal kunt, mag je noooooit meer gooien en vangen. Tenminste niet als je op het volleybalveld staat!



Niveau 2 - opslag (service)                                                                                                                                                      >>> Spelregels Niveau 2


Niveau 2 van Cool Moves Volley begint met onderhands serveren. Maar hoe doe je dat?


Onderhandse opslag

 

Als je rechtshandig bent, ga je met je linkervoet naar voren staan. Je rechtervoet staat daar iets achter. Ben je linkshandig? Dan moet je precies andersom gaan staan. Ook bij de volgende aanwijzingen geldt dat deze andersom gedaan moeten worden als je linkshandig bent.

 

Je houdt de bal in je open linkerhand vast. Je houdt de bal voor je vast zodat je hem met je rechterhand kunt serveren. Blijf goed naar de bal kijken. Je beweegt je rechterarm gestrekt naar achteren en daarna naar voren. Met je rechterhand sla je dan de bal over het net met de binnenkant van je vuist.

 

Nadat je de bal over het net geserveerd hebt, ga je snel in het veld staan om de bal op te wachten als die terugkomt van de tegenstander.

 

Bovenhandse opslag

 

Als je in Cool Moves Volley niveau 6 komt dan mag je ook bovenhands serveren. Je gaat weer met je linkervoet voor staan als je rechtshandig bent. Je houdt de bal in je linkerhand vast. Je kijkt goed naar de bal. Daarna maak je een plankje van je rechterhand, met je hand naast je oor en met je vingers in de richting van de tegenstander. Je doet je arm al wat omhoog. Dan gooi je de bal met je linkerhand omhoog voor je rechterhand. Niet te hoog: hij hoeft maar net boven het raakpunt te komen. Je slaat de bal met je vlakke gespannen hand in het midden van de bal, zo hoog mogelijk net iets voor je. Nadat je de bal over het net geserveerd hebt, ga je snel in het veld staan om de volgende bal op te wachten.



Niveau 3 - onderhands (pass)                                                                                                                                                 >>> Spelregels Niveau 3


Als de tegenstander een bal serveert dan moet je deze onderhands opvangen. Dit heet passen (dit is Engels en spreek je uit als pasen).


Onderhands

 

Hoe moet je je handen en armen houden als je een bal onderhands speelt? Je houdt je armen gestrekt voor je. Je handen leg je in elkaar en dan doe je je duimen naast elkaar. Van je armen maak je een plankje waarop je de bal kunt spelen.

 

Passen

 

Als de bal over het net komt, moet je goed naar de bal kijken. Je zorgt ervoor dat je knieën ligt gebogen zijn en dat je lichaam ook naar voren gebogen is. Je armen heb je voor je. Als de bal dichtbij komt buig je je knieën. Je laat de bal op je armen komen waarvan je een plankje hebt gemaakt. Zodra de bal je armen raakt, strek je je benen waardoor de bal omhoog gaat. Je zwaait dus niet met je armen vanuit je schouders. Daarna ga je weer klaarstaan voor de volgende bal.



Niveau 4 - bovenhands (set-up)                                                                                                                                             >>> Spelregels Niveau 4


Als je geleerd hebt om de bal onderhands te spelen dan ga je daarna ook leren om de bal bovenhands te spelen. Dit betekent dat je de bal boven je hoofd gaat leren spelen.


Bovenhands

 

Als je bovenhands gaat spelen is het belangrijk dat je goed naar de bal kijkt zodat je kunt inschatten waar hij komt. Je lichaam staat in de richting waar de bal vandaan komt. Je staat met je knieën en ellebogen lichtgebogen. Je handen heb je op hoofdhoogte en er staat één voet voor. Als de bal dichterbij komt dan buig je je knieën en ellebogen. Zodra je de bal speelt zorg je ervoor dat je stilstaat. Hoe hou je je handen als je de bal speelt? Met je vingers en duimen maak je een driehoekje. Je handen vormen een kommetje als je de bal speelt. Als je de bal speelt dan moet je je armen en benen strekken. Met je vingers wijs je de bal na. Daarna ga je gelijk weer klaar staan voor de volgende bal.

 

Set-up

 

Een spelverdeler geeft een set-up waarna een aanvaller de bal heel hard over het net kan slaan. Een set-up is een bal die bovenhands gespeeld wordt. Dit kan je op verschillende manieren doen. Jij zult de bal vooral naar voren spelen. Dat doe je zoals hierboven beschreven staat. Je kan de bal ook naar achteren spelen. Dit is veel moeilijker. Hele goede spelverdelers springen eerst en spelen dan de bal. Omdat ze springen kunnen ze de bal sneller spelen en de tegenstander in de war brengen.



Niveau 5 - aanval                                                                                                                                                                       >>> Spelregels Niveau 5


Nadat je hebt leren opslaan, passen en het geven van een set-up, ga je leren smashen (hard aanvallen). Heel spannend! Wij leren je in zes stappen hoe je dat moet doen.


Stap1: inschatten. Je moet goed kijken naar de bal. De spelverdeler speelt deze bal naar je toe. Dit is de set-up. Het is heel belangrijk dat je goed inschat waar de bal gaat komen en dan het goede moment kiest om te starten met je aanloop.

 

Stap 2: aanloop. Bij de aanloop ligt het er aan hoe groot je bent en hoe ver je van het net staat voor hoeveel passen je precies nodig hebt. Zorg in ieder geval dat je één-na-laatste pas groot en snel is, waarna een kortere aansluitpas volgt en dan een sprong natuurlijk! Voor linkshandigen en rechthandigen is dit verschillend. De laatste twee stappen als je rechtshandig bent: rechts stap, links aansluiten, spring! Voor linkshandigen zijn de laatste twee stappen als volgt: links stap, rechts aansluiten, spring!

 

Stap 3: armen. Gebruik ook je armen om omhoog te komen. Hou ze achter je tot bij de één-na-laatste stap en zwaai ze omhoog op het moment dat je aansluit en gaat springen.

 

Stap 4: sprong. Beide armen gaan dan dus omhoog. Doe dan het volgende als je rechthandig bent: je linkerarm wijst naar de bal, je rechterarm gaat achtereenvolgens naar achteren (gebogen achter je hoofd), gestrekt en naar voren tot je de bal raakt. Draai ook je lichaam mee zodat je extra hard kan slaan!

En als je linkshandig bent doe je het precies andersom natuurlijk: je rechterarm wijst naar de bal, je linkerarm gaat achtereenvolgens naar achteren (gebogen achter je hoofd), gestrekt en naar voren tot je de bal raakt. Draai ook je lichaam mee zodat je extra hard kan slaan!

 

Stap 5: smash. Als je gestrekte arm net voorbij je hoofd is raak je de bal (als het goed is ;-). Hou hierbij je hand gespannen en zoveel mogelijk om de bal. Klap eventueel ook je pols, om meer op de bal te slaan en deze ook met topspin naar de grond te slaan. Daarna draait je schouder van de arm waarmee je sloeg van het net af, en zwaait je arm opzij langs het net.

 

Stap 6: landing. De smash is geweest, maar dan hang je nog even in de lucht! Dat is het moment om je voor te bereiden op je landing. Probeer te landen op twee voeten en buig bij het landen goed door je knieën om de klap van de landing op te vangen. Daarna ga je weer klaar staan. En helaas maak je niet altijd in één keer een punt als je smasht, dus moet je er na je landing weer voor zorgen dat je snel klaar staat voor de volgende volleybalactie. Als je al wat hoger speelt is dat meestal het blok.



Niveau 6 - blok                                                                                                                                                                            >>> Spelregels Niveau 6


Blokkeren is één van de moeilijkste moves van het volleybal. Dit leren we je op niveau 6 van Cool Moves Volley. Lees hieronder alvast hoe je moet blokken.


Als je tegenstander smasht dan probeer je de bal tegen te houden. Dit is heel moeilijk omdat je precies op het goede moment moet springen en ook op de goede plaats.

Als je wilt gaan blokkeren moet je eerst goed gaan staan. Dit houdt in dat je je handen op hoofdhoogte houdt, je buigt je knieën een beetje en je zorgt dat je voeten op schouderbreedte staan. Je moet goed naar de tegenstander kijken en naar hun pass en set-up. Je verplaatst je zijwaarts naar de plaats waar de set-up komt en je kijkt goed naar de aanvaller.

 

Je springt in de lucht waarbij je je armen op hoofdhoogte houdt. Daarna strek je je armen zover mogelijk uit, zonder het net te raken natuurlijk. Dit doe je door je buikspieren aan te spannen. Je plaatst je handen boven het net en je maakt ze zo groot mogelijk. Dan probeer je de bal tegen te houden. Het is een heerlijk gevoel als je de bal ook echt tegenhoudt. Als de bal gelijk op de grond komt bij de tegenstander dan heb je een kill block gemaakt en een punt gescoord. Vaak blijft de bal in het spel en dan moet je weer snel gaan klaar staan voor de volgende move.


Nog meer over op Nevobo CMV

Copyright © 2016   alrode.nl   Alle rechten voorbehouden.